/Lof der Zotheid
Lof der Zotheid2018-12-09T12:02:23+00:00

In 1509 schreef Desiderius Erasmus de ‘Lof der Zotheid’ in een week tijd.  Hij kwam op het idee tijdens
een lange oversteek over de Alpen, te paard. Het boek is een lofrede van de godin Zotheid op zichzelf.
Aan een verwonderde menigte legt zij uit hoeveel de mensheid aan haar te danken heeft, en hoe ondraag-
lijk, vervelend en onaangenaam het leven zou zijn zonder haar.
Ruim 500 jaar later nu. Dezelfde aardbol. Dezelfde zon. Dezelfde maan. Dezelfde menselijke zotheid.
De substantie is veranderd maar de essentie hetzelfde gebleven: wij rennen rond in de tredmolens van een
absurd systeem.

Ik voel me reiziger in een illusie, met de tijd als een denkbeeldige lijn waarlangs mijn bewustzijn zich voort-
beweegt terwijl ik me verplaats door de ruimte.  In hoeverre ben ik slaaf of meester van de beleving van de
wereld om mij heen?

De grens tussen binnen en buiten is vaak vaag en veranderlijk.  Alice ging het konijnenhol in en
kwam in een wereld die ze niet kende. Doordat haar omgeving zo van schaal en uiterlijk veranderde
ging ze aan zichzelf twijfelen. ‘Ben ik nog wel wie ik was?’  In het Wonderland van het dagelijks
bestaan is alles aan verandering onderhevig.

De scheiding van verleden, heden en toekomst als een constructie; een idee van grip op het bestaan.
We willen een verhaal dat begint en eindigt, met een samenhangend stuk ertussenin. De idee van oorzaak en
gevolg is een stevige pijler van ons denken. We zijn narratieve wezens. We weven verhalen om in te wonen.
We vlechten ons een rode draad in deze chaos.
“Stel dat er een boek van uw leven bestond in de bibliotheek van alle mogelijke boeken.
In de bibliotheek van Babel (van Borges) is een boek dat het meest ware verhaal vertelt dat over uw leven
kan worden verteld, vanaf het moment van uw geboorte tot aan uw dood. Maar er zijn talloze andere
boeken in die bibliotheek, die een volmaakt waar verhaal bevatten over uw leven van dit moment en die
vervolgens op miljarden manieren uiteen lopen voor elk moment in de toekomst. Eén van die boeken is het
boek van uw leven. Welke? Wie zal het zeggen? Het is onmogelijk om vast te stellen welk boek het meest
ware verhaal van uw leven bevat. Dat kan alleen achteraf.”
(Daniel Dennett in gesprek met Wim Kayzer, in de televisieserie ‘Een schitterend ongeluk’ 1993)

Mijn beelden zouden gezien kunnen worden als scènes uit een levensreis of de denkbeeldige vervoermiddelen
die ons daar doorheen trekken.  Wagens die ons passeren in een parallel universum of juist dwars door onze
realiteit heenrijden. Die wagens bestaan waarschijnlijk niet maar tegelijkertijd zijn ze van alle tijden.
Ik werk graag vanuit een mistig verlangen naar dat wat er niet meer is, misschien ooit nog komt, of misschien nooit
bestaan heeft. Dit met de zekerheid dat zulke verlangens er hoe dan ook altijd zullen zijn.  Wat is de mens zonder
hoop, zonder dromen, zonder de voortstuwende kracht van de strijd om het bestaan?